Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam] eiser, en
[naam]en
[naam],
Rechtbank Den Haag
Eisers hadden beroep ingesteld tegen besluiten van 13 maart 2020 waarin hun asielaanvragen niet in behandeling werden genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn. Op 22 september 2020 trok de staatssecretaris deze besluiten in en gaf aan dat eisers alsnog in de nationale asielprocedure worden opgenomen.
Tijdens de zitting van 24 september 2020 werd vastgesteld dat eisers hun doel in beroep hebben bereikt en daardoor geen belang meer hebben bij inhoudelijke behandeling van hun beroepen. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk.
Vervolgens werd beoordeeld of de staatssecretaris in de proceskosten veroordeeld moest worden. De staatssecretaris stelde dat hij eisers niet tegemoet was gekomen, omdat het uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 pas op 20 juni 2020 was aangevraagd, ruim na de bestreden besluiten. De rechtbank oordeelde dat dit klopt en dat er geen reden is voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak werd uitgesproken door rechter B.F.Th. de Roos en griffier N.A. D’Hoore. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.