ECLI:NL:RBDHA:2020:10818
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking asielbesluit wegens coronacrisis
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk was voor de behandeling. De Staatssecretaris trok het besluit in nadat de overdracht aan Italië niet kon plaatsvinden vanwege de coronacrisis. Verzoeker trok daarop zijn beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overwoog dat intrekking van het besluit niet automatisch betekent dat het bestuursorgaan onrechtmatig heeft gehandeld. Volgens vaste jurisprudentie is alleen sprake van tegemoetkomen als het bestuursorgaan erkent dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. De coronacrisis vormde een onvoorziene omstandigheid buiten de macht van de Staatssecretaris, waardoor de overdracht aan Italië feitelijk onmogelijk werd.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de intrekking niet neerkomt op erkenning van onrechtmatigheid en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en kan worden aangevochten door verzet binnen zes weken.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit niet neerkomt op erkenning van onrechtmatigheid.