Eiseres heeft namens haar minderjarige zoon een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort. De aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat de minderjarige niet het Nederlanderschap bezit, aangezien hij niet is opgenomen in het naturalisatiebesluit van zijn vader en zelf geen Nederlander is geworden.
Eiseres voerde aan dat sprake is van het vertrouwensbeginsel en gelijke behandeling, omdat haar oudste zoon wel een Nederlands paspoort heeft ontvangen. Tevens stelde zij dat verweerder onvoldoende kennis had vergaard en onvoldoende belangen had afgewogen, wat zou leiden tot een motiveringsgebrek.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het besluit deugdelijk heeft gemotiveerd en dat het Nederlanderschap niet automatisch wordt verkregen door de naturalisatie van de vader. Er is geen sprake van een motiveringsgebrek of onvoldoende belangenafweging. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.