Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Bens Thuiszorg en Schoonmaakdiensten B.V.,
Rechtbank Den Haag
In deze zaak vordert verzoeker loon van Bens Thuiszorg na haar ontslag per 28 maart 2020. De kantonrechter heeft in een eerdere tussenbeschikking de loonvordering voorshands toegewezen op basis van een arbeidsomvang van 54 uur per maand. Verzoeker heeft vervolgens salarisstroken overgelegd waaruit blijkt dat zij in de drie maanden voorafgaand gemiddeld 63 uur per maand heeft gewerkt.
De arbeidsovereenkomst tussen partijen liep sinds 8 oktober 2018 en duurde langer dan drie maanden. Op grond van artikel 7:610b BW wordt daarom de bedongen arbeidsomvang vermoed gelijk te zijn aan het gemiddelde van de drie voorafgaande maanden. De kantonrechter stelt vast dat de overgelegde salarisstroken voldoende bewijs bieden voor deze gemiddelde arbeidsduur en dat er geen feiten zijn die een ander gemiddelde aannemelijk maken.
Op basis hiervan wordt de loonvordering definitief vastgesteld op €652,05 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten, alsmede de wettelijke rente en verhoging ex artikel 7:625 BW Pro. Bens Thuiszorg wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag vanaf 28 maart 2020 tot het einde van het dienstverband. Tevens wordt Bens Thuiszorg veroordeeld in de proceskosten. De eerdere voorlopige beslissing wordt hiermee vervangen.
Uitkomst: Bens Thuiszorg wordt veroordeeld tot betaling van loon op basis van een gemiddelde arbeidsomvang van 63 uur per maand vanaf 28 maart 2020.