ECLI:NL:RBDHA:2020:11393

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 oktober 2020
Publicatiedatum
12 november 2020
Zaaknummer
8537783 EJ VERZ 20-8396
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:610b BWArt. 7:625 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Loonvordering werknemer wegens vermoedelijke arbeidsomvang na ontslag

In deze zaak vordert verzoeker loon van Bens Thuiszorg na haar ontslag per 28 maart 2020. De kantonrechter heeft in een eerdere tussenbeschikking de loonvordering voorshands toegewezen op basis van een arbeidsomvang van 54 uur per maand. Verzoeker heeft vervolgens salarisstroken overgelegd waaruit blijkt dat zij in de drie maanden voorafgaand gemiddeld 63 uur per maand heeft gewerkt.

De arbeidsovereenkomst tussen partijen liep sinds 8 oktober 2018 en duurde langer dan drie maanden. Op grond van artikel 7:610b BW wordt daarom de bedongen arbeidsomvang vermoed gelijk te zijn aan het gemiddelde van de drie voorafgaande maanden. De kantonrechter stelt vast dat de overgelegde salarisstroken voldoende bewijs bieden voor deze gemiddelde arbeidsduur en dat er geen feiten zijn die een ander gemiddelde aannemelijk maken.

Op basis hiervan wordt de loonvordering definitief vastgesteld op €652,05 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten, alsmede de wettelijke rente en verhoging ex artikel 7:625 BW Pro. Bens Thuiszorg wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag vanaf 28 maart 2020 tot het einde van het dienstverband. Tevens wordt Bens Thuiszorg veroordeeld in de proceskosten. De eerdere voorlopige beslissing wordt hiermee vervangen.

Uitkomst: Bens Thuiszorg wordt veroordeeld tot betaling van loon op basis van een gemiddelde arbeidsomvang van 63 uur per maand vanaf 28 maart 2020.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda
zaaknr.: 8537783 EJ VERZ 20-8396
Beschikking van de kantonrechter d.d. 6 oktober 2020 in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. P.F. Adolf,
en
de besloten vennootschap
Bens Thuiszorg en Schoonmaakdiensten B.V.,
gevestigd en/of kantoorhoudende te Moordrecht,
verwerende partij,
hierna te noemen: Bens Thuiszorg,
gemachtigde: [bestuurder 1] en [bestuurder 2] (bestuurders).

1.Het verdere verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de stukken die zijn genoemd in de tussenbeschikking die de kantonrechter in deze procedure op 7 juli 2020 heeft gegeven en van de brief met bijlagen d.d. 6 augustus 2020 van de gemachtigde van [verzoeker] . Bens Thuiszorg is bij brief van de griffier d.d. 12 augustus 2020 in de gelegenheid gesteld om vóór 8 september 2020 een antwoordakte te nemen. Dit heeft zij niet (tijdig) gedaan.

2.De nadere overwegingen

2.1
In de op 7 juli 2020 gegeven tussenbeschikking is de loonvordering van [verzoeker] voorshands toegewezen tot een bedrag ad (54 uur x € 10,35 bruto =) € 558,90 per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. [verzoeker] is bij deze beschikking in de gelegenheid gesteld om bij akte de bewijsstukken in het geding te brengen waaruit blijkt dat zij, zoals zij heeft gesteld, tot aan haar ontslag (per 28 maart 2020) gedurende 16 uren per week voor Bens Thuiszorg heeft gewerkt.
2.2
Bij brief met bijlagen d.d. 6 augustus 2020 heeft de gemachtigde van [verzoeker] aan de kantonrechter toegezonden de salarisstroken van [verzoeker] met betrekking tot de maanden december 2019, januari 2020 en februari 2020. Blijkens deze stroken heeft zij in december 2019 gedurende 67 uur gewerkt, in januari 2020 gedurende 66 uur en gedurende de maand februari 2020 56 uur. Berekend over deze maanden heeft zij gemiddeld 63 uur per maand gewerkt. Uit de salarisstrook van [verzoeker] met betrekking tot de maand maart 2020 blijkt dat zij 46 uur heeft gewerkt. Deze arbeidsduur is volgens [verzoeker] niet representatief omdat Bens Thuiszorg haar voor het einde van de maand heeft ontslagen.
2.3
De kantonrechter overweegt nader het volgende.
2.4
De met ingang van 8 oktober 2018 gesloten arbeidsovereenkomst tussen partijen heeft vanaf 8 oktober 2018 meer dan drie maanden geduurd. Per de maand maart 2020 wordt de bedongen arbeid daarom vermoed een omvang te hebben gelijk aan de gemiddelde omvang van de arbeid per maand in de drie voorafgaande maanden (artikel 7:610b BW). De gemiddelde arbeidsomvang in de maanden december 2019, januari 2020 en februari 2020 bedroeg blijkens de door de gemachtigde van [verzoeker] gepresenteerde bewijsstukken 63 uur per maand. Feiten en omstandigheden die tot de conclusie moeten luiden dat van een ander gemiddelde is uit te gaan, zijn niet (voldoende) gebleken. De loonvordering van [verzoeker] wordt daarom definitief vastgesteld op een bedrag ad (63 uur x € 10,35 bruto =) € 652,05 bruto, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. Dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro, zal daarom op na te melden wijze worden toegewezen. De beslissing hierover treedt in de plaats van de voorlopige beslissing die de kantonrechter in zijn beschikking d.d. 7 juli 2020 over de loonvordering van [verzoeker] heeft gegeven. Hetgeen Bens Thuiszorg op grond van de tussenbeschikking d.d. 7 juli 2020 aan [verzoeker] mocht hebben voldaan, kan zij in mindering brengen op hetgeen zij volgens deze beschikking moet betalen. De bij de beschikking d.d. 7 juli 2020 gegeven eindbeslissing betreffende het ontslag, blijft onverminderd gelden.
2.5
Bens Thuiszorg is de partij die in deze procedure in het ongelijk wordt gesteld. Zij wordt om die reden veroordeeld in de kosten van de procedure.

3.De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt Bens Thuiszorg om aan [verzoeker] vanaf 28 maart 2020, totdat het dienstverband tussen partijen rechtsgeldig zal zijn beëindigd, te betalen een bedrag ad € 652,05 per maand bruto, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag en overige emolumenten en de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro, alsmede de wettelijke rente over het loon en de wettelijke verhoging van de datum van het verzuim tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt Bens Thuiszorg in de kosten van deze procedure, welke kosten aan de zijde van [verzoeker] tot op heden worden vastgesteld op een bedrag ad € 563,=, waarin begrepen een bedrag ad € 480,= voor salaris gemachtigde;
verklaart deze beschikking en de op 7 juli 2020 gegeven beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Nijenhuis, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 oktober 2020.