ECLI:NL:RBDHA:2020:11592
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen tegen niet tijdig beslissen op asielaanvragen en dwangsomhoogte
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van oktober 2019. Verweerder heeft later de aanvragen ingewilligd, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is verklaard. De beroepen betreffen ook de hoogte van de door verweerder verbeurde dwangsommen.
Verweerder stelde dat vanwege de coronapandemie sprake was van overmacht van 16 maart tot 16 mei 2020, waardoor de beslistermijn niet liep. Eisers betwistten dit en voerden aan dat de achterstanden het gevolg waren van eigen bestuurlijke keuzes. De rechtbank volgde het standpunt dat de overmachtsperiode geldt, maar verweerder niet tijdig heeft beslist na afloop daarvan, waardoor een dwangsom van €1.442,- verschuldigd is.
Eisers voerden aan dat zij afzonderlijke dwangsommen moesten krijgen vanwege verschillende asielrelazen, maar de rechtbank oordeelde dat bij echtparen doorgaans één gezamenlijke dwangsom geldt tenzij inhoudelijke samenhang ontbreekt. Eisers maakten dit niet aannemelijk, waardoor de gezamenlijke dwangsom blijft.
De rechtbank vernietigde het deel van de besluiten over de dwangsommen en veroordeelde verweerder tot betaling van de dwangsom en proceskosten van €262,50. De beroepen tegen het niet tijdig beslissen zijn niet-ontvankelijk verklaard vanwege het inmiddels genomen besluit.
Uitkomst: De beroepen tegen niet tijdig beslissen zijn niet-ontvankelijk, maar de besluiten over de dwangsommen worden vernietigd en een gezamenlijke dwangsom van €1.442,- wordt vastgesteld.