AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beoordeling interstatelijk vertrouwensbeginsel bij Dublin-overdracht naar Polen ondanks zorgen over rechterlijke onafhankelijkheid
Eiser, van Palestijnse nationaliteit, verzocht in Nederland asiel nadat hij eerder met een beschermingsvisum in Polen verbleef. Verweerder weigerde de asielaanvraag in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat de onafhankelijkheid van de Poolse rechterlijke macht ernstig is ondermijnd door nieuwe wetgeving, waaronder een nieuw tuchtrecht, en dat dit leidt tot een reëel risico op schending van zijn grondrechten bij overdracht.
De rechtbank analyseerde de ontwikkelingen in Polen, waaronder diverse inbreukprocedures van de Europese Commissie en arresten van het Hof van Justitie, die wezen op fundamentele gebreken in de onafhankelijkheid van de tuchtkamer en de benoemingsprocedures. Hoewel deze gebreken negatieve gevolgen kunnen hebben, concludeerde de rechtbank dat dit niet leidt tot een reëel gevaar voor iedere asielzoeker dat zijn recht op een onafhankelijk gerecht wordt geschonden. Er is geen bewijs dat Poolse rechters in asielzaken politiek gemotiveerd oordelen of dat uitspraken worden teruggedraaid.
Verder onderzocht de rechtbank de asielprocedure en opvang in Polen en vond geen systematische tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. Ook individuele omstandigheden van eiser, zoals vermeende discriminatie en psychische klachten, rechtvaardigen geen uitzondering op overdracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen blijft gelden.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen blijft van toepassing.
Voetnoten
1.Zaaknummers: C-585/18, C-624/18 en C-625/18.
3.Eiser stelt dat Icorn een internationale organisatie is uit Noorwegen dat zich inzet voor onderdrukte schrijvers en dichters.
4.Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking).
5.Deze ontwikkelingen blijken uit de informatie die partijen zelf naar voren hebben gebracht, of die algemeen bekend is bij de rechtbank, en die de rechtbank uitdrukkelijk heeft voorgehouden aan partijen. Zo heeft de rechtbank de uitspraak van de internationale rechtshulpkamer van deze rechtbank, zittingsplaats Amsterdam, van 31 juli 2020 (vindplaats ECLI:NL:RBAMS:2020:3776) en de daarin genoemde informatie onder rechtsoverweging 9. aan partijen voorgehouden. 6.Arrest van 19 maart 2019, zaaknummer C-163/17, punten 77 tot en met 91, vindplaats: ECLI:EU:C:2019:218.
7.Arrest van 21 december 2011, zaaknummer C-411/10 en C-493/10, vindplaats: ECLI:EU:C:2011:865, punt 81.
8.Zaaknummer C-216/18, vindplaats: ECLI:EU:C:2018:586.
10.Vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/WM_16_2030.
11.Vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_17_2205.
12.Vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_17_5367.
13.Zaaknummer: C-192/18, vindplaats: ECLI:EU:C:2019:924.
14.Vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_18_4341.
15.Vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_18_5830.
16.Zaaknummer C-619/18, vindplaats: ECLI:EU:C:2019:531.
17.Vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_19_1957.
18.Vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/IP_19_4189.
19.Vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_19_6033.
20.Het rapport “Poland: Free Courts, Free People, judges standing for their independence”, van Amnesty International van juli 2019 (het rapport van Amnesty), in het bijzonder de hoofdstukken 3 en 4, en het rapport van de Commissioner of human rights of the European Council van 28 juni 2019, in het bijzonder 1.5.
21.Zaaknummers C-585/19, C-624/18 en C-625/18, vindplaats: ECLI:EU:C:2019:982.
22.Zie de punten 22, 23 en 24 van die beschikking. Zie verder: “Draft interim report on the proposal for a Council decision on the determination of a clear risk of a serious breach by the Republic of Poland of the rule of law”, https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/LIBE-PR-650665_EN.html, 13 mei 2020 (COM(2017)0835 - C9-0000/2020 - 2017/0360R(NLE)), Committee on Civil Liberties, Justice and Home Affairs, rapporteur: Juan Fernando López Aguilar.
23.Zaaknummer: C-791/19 R (Europese Commissie/Republiek Polen).
24.Zaaknummer: C-791/19 R, vindplaats: ECLI:EU:C:2020:277 (Europese Commissie/Republiek Polen).
25.Procedurenummer: 20202182, vindplaats: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/EN/IP_20_772.
26.“Country report Poland” van Asylum Information Database (AIDA) van 2018 en een update daarvan van maart 2019.
27.Richtlijn 2013/32/EU