ECLI:NL:RBDHA:2020:12135
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking asielbesluit wegens Dublinverordening
Verzoeker had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk werd geacht onder de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit.
De staatssecretaris trok het besluit in omdat de overdracht aan Italië niet kon plaatsvinden binnen de wettelijke termijn door de coronacrisis, een omstandigheid buiten zijn macht. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat intrekking van het besluit vanwege gewijzigde omstandigheden zoals de coronacrisis geen erkenning inhoudt dat het oorspronkelijke besluit onrechtmatig was. Daarom is geen sprake van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb en bestaat geen grond voor proceskostenvergoeding.
Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt dan ook als kennelijk ongegrond afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter L.M. Reijnierse en griffier A.M. Zwijnenberg op 20 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de intrekking van het besluit niet neerkomt op erkenning van onrechtmatigheid.