Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De machtiging tot voorlopig verblijf blijft bestaan als nationaal visum, dat op aanvraag
Kort voor de inreis heeft een toetsing door de minister (IND) in het kader van de mvv-aanvraag immers al uitgewezen dat de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning."
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover de staatssecretaris heeft nagelaten het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit door het bezwaar van eiser alsnog niet-ontvankelijk te verklaren;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 525,--;
- draagt de staatssecretaris op het betaalde griffierecht van € 178,-- aan eiser te vergoeden.