ECLI:NL:RBDHA:2020:12555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en Zvw wegens verzwegen inkomsten
Eiseres werd voor het jaar 2016 aangeslagen voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw), waarbij verweerder een bedrag van €45.000 als resultaat uit overige werkzaamheden (row) had bijgeteld. Dit volgde op een strafrechtelijk onderzoek waarbij contant geld, luxe goederen en materialen voor drugsvoorbereiding in haar woning werden aangetroffen.
Eiseres stelde dat haar inzagerecht en hoorrecht waren geschonden en dat de aanslagen onjuist en te hoog waren vastgesteld. Zij betwistte de aanwezigheid van row en voerde aan dat contante uitgaven uit legale bronnen afkomstig waren, ondersteund door een verklaring van haar ex-partner.
De rechtbank oordeelde dat het inzagerecht en hoorrecht niet waren geschonden omdat alle stukken tijdig waren verstrekt. De kasopstelling van verweerder, gebaseerd op contante stortingen, uitgaven en de aangetroffen goederen, werd als voldoende bewijs gezien voor verzwegen inkomsten. Eiseres slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de aanslagen onjuist waren, mede omdat haar verklaring niet met bewijs was onderbouwd.
De rechtbank bevestigde de omkering en verzwaring van de bewijslast op grond van artikel 27e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. De aanslagen en rentebeschikkingen bleven in stand en het beroep werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen inkomstenbelasting en Zvw 2016 wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd.