ECLI:NL:RBDHA:2020:12688
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Staat mag werkneemster niet houden aan door haar genomen ontslag wegens belemmering detachering
De werkneemster trad in 2016 in dienst bij het ministerie van OCW. Na herhaalde weigering van haar leidinggevende om haar toestemming te geven voor detachering bij het ministerie van BZK, meldde zij zich ziek en nam zij ontslag in een emotionele toestand. Zij trok dit ontslag later in met een duidelijke uitleg.
De Staat accepteerde het ontslag zonder nader onderzoek, ondanks de emotionele omstandigheden en de intrekking. De kantonrechter oordeelt dat de Staat de werkneemster niet aan haar ontslag mag houden zonder nader onderzoek, mede gelet op de voorgeschiedenis en het advies van de bedrijfsarts.
De kantonrechter wijst de vorderingen van de werkneemster toe als voorlopige voorziening, waaronder betaling van achterstallig salaris, wettelijke verhoging en rente, en veroordeelt de Staat in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris en gerelateerde kosten en mag de werkneemster niet houden aan haar ontslag.