Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- zich onvoldoende ervan vergewist heeft dat het oplopen van die RHIB veilig kon geschieden en/of;
3.Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
4.Bewijsoverwegingen
(de rechtbank begrijpt, gelet op de inhoud van het dossier: de Nieuwe Buitenhaven)moesten ze de mensen een korte RHIB-beleving geven, waarbij ze één derde van de normale snelheid zouden varen, met heel nadrukkelijk de opdracht: blijf binnen de pierhoofden. Normaal varen de RHIB’s ongeveer 95 km/u. [naam 1] denkt dat de RHIB’s voor de beleving ongeveer 30 km/u voeren. Omdat het westenwind 4 was, waren er aardige golven, dus zo hadden de mensen al een aardige beleving. In de tweede buitenhaven is een actief gedoogbeleid dat je daar snelheid mag maken. Dat is algemeen bekend. Het gaat om goed zeemanschap. Als er geen deining, wind en stroming zijn, kun je daar best stapvoets varen. Bij westenwind 4 kun je niet stapvoets varen, omdat je dan water in de boot krijgt waardoor de boot door de stroming minder goed bestuurbaar is.
(de rechtbank begrijpt: de hiervoor genoemde Verordening Scheveningen Haven 2008)van toepassing zijn. Het gedeelte waar het ongeval plaatsvond heet de Nieuwe Buitenhaven. Dat gedeelte wordt gebruikt voor het gereedmaken van de boten voor het vertrek naar zee of de binnenkomst in de haven. Vanaf de zee gekomen, passeer je eerst de Nieuwe Buitenhaven en kom je daarna de Oude Buitenhaven in gevaren, waarin de vaartuigen van de VOR lagen. Er was geen ontheffing verleend van het verbod om de haven anders te gebruiken dan voor doorvaart.
(de rechtbank begrijpt: de Axopar), omdat een beroep wordt gedaan op goed zeemanschap. [6]
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] )op de vloer van hun boot zag liggen. Hij bloedde uit zijn neus en er kwam een gorgelend geluid uit zijn neus.
(de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 6] )lag in het water, samen met de twee mensen die achterin hadden gestaan. [9]
(de rechtbank begrijpt, gelet op de inhoud van het dossier: de RHIB van de verdachte en de RHIB van [getuige 1] )en een zwarte aluminium boot aan voer. De afstand was tussen de 50 en 100 meter en de snelheid ongeveer 35 km/u. De twee RHIB’s voeren voor de aluminium boot. Net voorbij de ligplaats van de VOR-boten gaf de aluminium boot vol gas. [getuige 2] schat dat de snelheid van de aluminium boot wel opliep tot ongeveer 70 km/u. De boot liep in ieder snel op hem uit. Hij zag dat de zwarte boot de twee RHIB’s aan de rechterzijde wilde inhalen. De meest rechter RHIB maakte een bocht naar rechts en de aluminium boot botste vervolgens tegen de zijkant van deze RHIB aan. [getuige 2] zag dat de punt van de zwarte boot over het dek van de RHIB kwam. Hij zag dat hierdoor de twee achterste banken van de RHIB werden geraakt, waardoor drie mensen te water raakten. [14]
- beschadiging van de kap van de buitenboordmotor, welke kap is gescheurd (spoor 1);
- beschadiging van de tube
(rechtbank: ongeveer 11 km/u)mag worden gevaren, in het tweede deel van de haven 12 knopen
(rechtbank: ongeveer 22 km/u). [26]
heeftovervaren;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
€ 788,72dan ook integraal toewijzen.
€ 788,72, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 november 2018 tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 4] .
€ 2.000,-.
€ 3.944,52, bestaande uit € 1.944,52 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade.
€ 7,22aan reiskosten, zoals gevorderd. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
€ 3.944,52, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.944,52 vanaf 10 november 2018, en over een bedrag van € 2.000,- vanaf 28 juni 2018, beide tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 3] .
€ 3.362,49dan ook toewijzen.
€ 9.100,63dan ook toewijzen.
€ 8.773,75dan ook toewijzen.
€ 3.669,66en
€ 405,-dan ook toewijzen.
€ 40.000,-. De rechtbank zal de benadeelde partij in dit deel van de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren, aangezien een nadere onderbouwing en de beoordeling daarvan een onevenredige belasting van het strafgeding zouden opleveren. De benadeelde partij kan ook dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
€ 1.482,25. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
€ 65.311,53, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 25.311,53 vanaf 30 oktober 2020, en over een bedrag van € 40.000,- vanaf 28 juni 2018, beide tot aan de dag dat dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 2] .
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
100 (honderd) UREN;
50 (vijftig) DAGEN;
€ 788,72vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 26 november 2018 tot de dag waarop dit bedrag is betaald, ten behoeve van [slachtoffer 4] ;
4 dagen; het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;
€ 7,22, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;
€ 3.944,52, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 1.944,52 vanaf 10 november 2018, en over een bedrag van € 2.000,- vanaf 28 juni 2018, beide tot de dag waarop deze bedragen zijn betaald, ten behoeve van [slachtoffer 3] ;
22 dagen; het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;
€ 65.311,53en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van € 25.311,53 vanaf 30 oktober 2020 en over een bedrag van € 40.000,- vanaf 28 juni 2018, tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [slachtoffer 2] ;
€ 1.482,25, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;
€ 65.311,53vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente over een bedrag van
339 dagen; het toepassen van gijzeling ontslaat de verdachte niet van zijn betalingsverplichting aan de Staat;