ECLI:NL:RBDHA:2020:13784
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag wegens Dublinregeling Griekenland
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende persoon met een verblijfsvergunning in Griekenland sinds 2017, heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland. Verweerder heeft deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser volgens de Dublinregeling naar Griekenland moet terugkeren.
Eiser stelde dat hij in Griekenland niet adequaat wordt behandeld en geen aanspraak kan maken op huisvesting, medische zorg en bescherming, en dat hij zelfs door de politie werd gedetineerd. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een situatie zal treffen die in strijd is met artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank baseerde zich daarbij op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die stelt dat de situatie van statushouders in Griekenland weliswaar moeilijk is, maar niet zodanig dat sprake is van extreme ontberingen of rechteloosheid zonder hulp van Griekse autoriteiten.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn rechten in Griekenland te effectueren, zoals het indienen van klachten bij hogere autoriteiten. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.