Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Roobos Bloemenexport B.V.,
Rechtbank Den Haag
De werknemer was van juni 2018 tot mei 2020 in dienst bij Roobos Bloemenexport B.V. en werkte als boxmedewerker/chauffeur. Partijen waren overeengekomen dat de werknemer op kosten van de werkgever een opleiding voor het C-rijbewijs zou volgen, met de verplichting om na het behalen van het rijbewijs drie jaar in dienst te blijven. De werknemer behaalde het rijbewijs in juni 2020, kort na het einde van de arbeidsovereenkomst.
De werkgever had de transitievergoeding verrekend met de opleidingskosten, stellende dat de werknemer deze kosten moest terugbetalen omdat hij het dienstverband beëindigde. De werknemer betwistte dit en vorderde de volledige transitievergoeding.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet bevoegd was om de transitievergoeding te verrekenen met de opleidingskosten, omdat de werknemer de opleiding had voltooid en het rijbewijs had behaald, waardoor de terugbetalingsverplichting niet van toepassing was. De transitievergoeding werd toegekend tot het door de werkgever genoemde bedrag van € 1.919,18 bruto, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
De vordering tot verstrekking van een specificatie werd afgewezen omdat deze al was overgelegd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever moet transitievergoeding van € 1.919,18 bruto betalen, zonder verrekening van opleidingskosten.