ECLI:NL:RBDHA:2020:13993
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na gegrondverklaring bezwaar verblijfsvergunning
Eiser, houder van de Egyptische nationaliteit, had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel verblijf bij een familielid. Na intrekking van deze vergunning en afwijzing van een aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, maakte eiser bezwaar tegen de intrekking. Dit bezwaar werd bij het bestreden besluit gegrond verklaard.
Eiser stelde dat verweerder het nuttig effect van de Richtlijn 2003/86/EG had geschonden door twee afzonderlijke besluiten te nemen, en dat hem een doeltreffend rechtsmiddel was onthouden. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaarbesluit correct was bekendgemaakt en dat eiser wel degelijk een doeltreffend rechtsmiddel had.
De rechtbank beoordeelde ambtshalve het procesbelang en concludeerde dat dit ontbrak omdat het bestreden besluit het bezwaar gegrond verklaarde, waardoor eiser niet in een gunstigere positie kan komen door het beroep. Daarom werd het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.