ECLI:NL:RBDHA:2020:14025
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Verbod uitlevering aan Suriname afgewezen wegens onvoldoende risico op schending artikel 3 EVRM
Eiser, verdacht van drugssmokkel en deelname aan een criminele organisatie in Suriname, vordert in kort geding een verbod op zijn uitlevering aan Suriname. Hij stelt dat zijn complexe medische situatie, waaronder hartproblemen en medicamenteuze behandeling, onvoldoende medische zorg in Surinaamse detentie garandeert. Tevens wijst hij op de risico's van het coronavirus.
De rechtbank overweegt dat de uitleveringskamer de uitlevering reeds toelaatbaar heeft verklaard en dat de Minister van Justitie en Veiligheid de uitlevering heeft toegestaan na medisch advies dat eiser detentiegeschikt is. De medische rapporten geven aan dat er geen acute zorgvraag is en dat de risico's van een operatie groter zijn dan het uitstellen daarvan. De Surinaamse autoriteiten hebben garanties gegeven over toegang tot medische zorg en ziekenhuisopname indien nodig.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd voor een reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro. De coronacrisis vormt geen reden tot uitstel of verbod omdat het aantal besmettingen in Suriname beperkt is en de detentieomgeving coronavrij lijkt. Ook is toegezegd dat uitlevering pas zal plaatsvinden als dit verantwoord is.
De vordering tot verbod van uitlevering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verbod op uitlevering aan Suriname wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijk risico op schending artikel 3 EVRM.