ECLI:NL:RBDHA:2020:14170
Rechtbank Den Haag
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning immateriële schadevergoeding voor minderjarige na nachtelijke politiecel
De minderjarige verzoeker werd op 23 april 2020 aangehouden op verdenking van poging tot diefstal met geweld. Hij werd niet in verzekering gesteld, maar bracht wel een nacht door in de politiecel. De zaak werd geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. Verzoeker vroeg op grond van artikel 533 Sv Pro een schadevergoeding, maar kwam hier niet voor in aanmerking omdat hij niet in verzekering was gesteld.
De raadsman voerde een beroep op het gelijkheidsbeginsel aan, omdat een medeverdachte wel een vergoeding kreeg, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet toereikend was voor toekenning aan verzoeker. Wel achtte de rechtbank, gelet op artikel 5 EVRM Pro en de leeftijd van verzoeker (14 jaar), het redelijk en billijk om een immateriële schadevergoeding toe te kennen voor het verblijf in de politiecel.
De rechtbank sloot aan bij de gebruikelijke vergoeding van €105 per dag verblijf in een politiecel en wees het verzoek tot verdere vergoeding af. De beslissing werd genomen door rechter D.C. Laagland op 20 oktober 2020.
Uitkomst: De rechtbank kent een immateriële schadevergoeding van €105 toe aan de minderjarige verzoeker voor een nacht in de politiecel.