Werkneemster trad op 5 september 2018 in dienst bij werkgever onder een nul-urencontract en werkte als Shop Manager. Na afloop van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bleef zij werkzaam. Werkgever verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen van werkneemster, onder meer door leugenachtige verklaringen in een eerdere procedure, en subsidiair wegens een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding.
De kantonrechter oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat werkneemster leugenachtig had verklaard. De stellingen van werkgever over ernstig verwijtbaar handelen werden niet bewezen. Wel was de arbeidsverhouding duurzaam verstoord, hetgeen tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst leidde. Werkneemster kreeg de transitievergoeding toegekend, waarbij rekening werd gehouden met reeds betaalde bedragen.
Het tegenverzoek van werkneemster tot loonbetaling wegens ziekte werd toegewezen, waarbij de wettelijke verhoging werd gematigd vanwege de financiële situatie van werkgever. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 december 2020, de vermoedelijke einddatum bij reguliere opzegging.