Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank stelt vast dat verweerder te laat is met het nemen van besluiten en dat eisers hem op 23 oktober 2019 in gebreke hebben gesteld. Sindsdien zijn twee weken verstreken zonder beslissing.
De rechtbank overweegt dat de asielaanvragen nog niet zijn onderbouwd en het onduidelijk is of deze in de Algemene Asielprocedure of Verlengde Asielprocedure worden behandeld. Gezien de achterstanden en de noodzaak tot zorgvuldige besluitvorming, legt de rechtbank een verlengde beslistermijn van zestien weken op, aansluitend bij het 8+8 wekenmodel dat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is bevestigd.
Verweerder moet binnen acht weken na verzending van deze uitspraak de eerste gehoren afnemen en binnen zestien weken de besluiten nemen. Voor elke dag overschrijding van deze termijn wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €7.500. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van €262,50 aan proceskosten wegens het inschakelen van juridische hulp. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.