ECLI:NL:RBDHA:2020:14377
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens verstreken overdrachtstermijn in Dublinprocedure
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling. Tijdens de procedure trok de verweerder het bestreden besluit in en nam de asielaanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling nadat de overdrachtstermijn was verstreken.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Het doel van het beroep is immers bereikt doordat de asielaanvraag alsnog wordt behandeld. De rechtbank beoordeelt ook of proceskostenveroordeling gerechtvaardigd is, maar concludeert dat geen sprake is van tegemoetkomen door verweerder, aangezien de wijziging van het besluit het gevolg is van veranderde omstandigheden.
De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling en veroordeelt verweerder niet tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Sprakel en griffier Westerhof, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de asielaanvraag alsnog in behandeling is genomen na het verstrijken van de overdrachtstermijn.