ECLI:NL:RBDHA:2020:14509
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot opschorting detentie wegens schending recht op eerlijk proces
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden en werd in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard vanwege een formeel gebrek aan volmacht. Omdat eiser niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen en geen bekende verblijfplaats had, werd het arrest aan de griffier betekend. Eiser vordert opschorting van zijn detentie omdat hij stelt dat hij niet in hoger beroep is gehoord en het arrest niet persoonlijk is betekend, waardoor zijn recht op een eerlijk proces is geschonden.
De rechtbank overweegt dat het arrest onherroepelijk is en dat de executieplicht van de Staat slechts kan worden doorbroken bij wettelijke gronden of een uitspraak van het EHRM die een eerlijke behandeling in de weg staat. De rechtbank acht de betekening van het arrest aan eiser voldoende aannemelijk en stelt dat eiser alsnog cassatie had kunnen instellen toen hij medio 2018 op de hoogte was van het arrest.
De rechtbank wijst het beroep van eiser af omdat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen inhoudelijke beoordeling van verstekverlening en volmachtgebrek in hoger beroep niet toelaat. De detentie is niet onrechtmatig en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot opschorting van de detentie wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.