ECLI:NL:HR:2009:BG5977
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek voorarrest bij tenuitvoerlegging eerdere voorwaardelijke straf
In deze strafzaak stond de vraag centraal of het hof de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf mocht gelasten terwijl de verdachte in de hoofdzaak reeds een gevangenisstraf van één week met aftrek van voorarrest had gekregen. De verdachte had 103 dagen in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, wat langer was dan de opgelegde straf in de hoofdzaak.
Het hof had bij arrest de verdachte vrijgesproken van poging tot zware mishandeling en veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één week met aftrek van het voorarrest. Tevens werd de tenuitvoerlegging gelast van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van een week. De verdachte stelde in cassatie dat het hof niet bevoegd was deze tenuitvoerlegging te gelasten omdat de duur van het voorarrest de straf in de hoofdzaak overstijgt.
De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat het hof bevoegd was de tenuitvoerlegging te gelasten. Tevens maakte de Hoge Raad duidelijk dat aftrek van de inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis op de tenuitvoerlegging van de eerdere voorwaardelijke straf niet mogelijk is omdat de wet dit niet voorziet. De Hoge Raad constateerde ook een overschrijding van de redelijke termijn, maar zag geen aanleiding om hieraan rechtsgevolgen te verbinden gezien de korte straf.
Het beroep van de verdachte werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof mocht de tenuitvoerlegging van de eerdere voorwaardelijke straf gelasten en aftrek van voorarrest daarop is niet mogelijk.