ECLI:NL:RBDHA:2020:14789
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs afvalligheid
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij afstand had genomen van de islam en zich had bekeerd tot het christendom, met als gevolg dat hij in Iran vervolging vreest. Tevens voerde hij problemen aan op zijn werk na het constateren van fraude.
De staatssecretaris wees het verzoek af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de bekering en het ontbreken van aannemelijk bewijs voor afvalligheid. Het gehoor werd als zorgvuldig beoordeeld en niet onzorgvuldig.
De rechtbank overwoog dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn bekering en dat zijn verklaringen over afvalligheid algemeen en niet overtuigend waren. Ook de stelling dat hij door fraude problemen kreeg, werd niet los van de bekering geloofd.
De ingebrachte verklaringen van derden en rapporten boden geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel leidden. De rechtbank concludeerde dat eiser niet in aanmerking komt voor asiel en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijkheid van bekering en afvalligheid.