Uitspraak
1.ECLI:NL:RVS:2020:1624
3.ECLI:NL:RVS:2020:1560
;
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin, hebben gelijktijdig een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft niet tijdig op deze aanvragen beslist, ondanks een ingebrekestelling op 3 februari 2020. De rechtbank oordeelt dat de aanvragen samenhangen en daarom als één aanvraag moeten worden beschouwd voor de toepassing van de dwangsomregeling.
De rechtbank stelt de dwangsom vast op €1.442 voor de periode van 18 februari tot 31 maart 2020, omdat verweerder de hoogte niet tijdig heeft vastgesteld. Tevens bepaalt de rechtbank dat verweerder binnen zestien weken na de uitspraak een besluit moet nemen, waarbij een eerste gehoor binnen acht weken moet plaatsvinden. Dit is in lijn met het 8+8 wekenmodel dat de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State passend acht.
Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom per dag dan €100, maar de rechtbank wijst dit af en bevestigt het bedrag van €100 per dag met een maximum van €7.500. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van €262,50 aan proceskosten, vanwege het inschakelen van een professionele gemachtigde en het beperkte onderwerp van de procedure. De uitspraak is gedaan zonder openbare zitting vanwege COVID-19 maatregelen.
Uitkomst: De rechtbank stelt een dwangsom van €1.442 vast, legt een beslistermijn van zestien weken op en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten.