ECLI:NL:RBDHA:2020:14879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel van vertrek wegens onvoldoende aannemelijkheid ontoegankelijkheid medische zorg in Azerbeidzjan
Eiser, een 34-jarige Azerbeidzjaanse nationaliteithebbende, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een medische noodsituatie. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat de noodzakelijke medische zorg in Azerbeidzjan beschikbaar is en eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze zorg voor hem feitelijk niet toegankelijk is.
Eiser voerde aan dat hij als etnisch Armeen geen toegang tot Azerbeidzjan zou krijgen en verwees ter onderbouwing naar diverse rapporten, jurisprudentie en een brief van Azerbeidzjaanse autoriteiten die hem een vervangend reisdocument hadden geweigerd. Verweerder stelde dat dit een voorvraag is die niet relevant is voor de toets aan artikel 64 Vw Pro en dat eiser onvoldoende concreet bewijs heeft geleverd.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de medische zorg in Azerbeidzjan om financiële of andere redenen voor hem niet toegankelijk is. De verwijzingen van eiser betreffen vooral de toegang tot het land, niet tot de medische zorg. Tevens mocht verweerder zich baseren op het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat zorgvuldig en inzichtelijk was opgesteld. Gezien deze overwegingen werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.