ECLI:NL:RBDHA:2020:14970
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens medische noodsituatie minderjarige vreemdeling
Eiseres, een minderjarige Armeense vreemdeling, verzocht om uitstel van vertrek op grond van medische noodsituatie vanwege een beperkte nierfunctie en gerelateerde aandoeningen. De Staatssecretaris wees dit verzoek af op basis van adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA), die stelden dat noodzakelijke medische behandeling beschikbaar is in Armenië.
Eiseres voerde aan dat de termijn van drie maanden voor beoordeling van medische noodsituaties niet passend is bij minderjarigen en dat de beste behandeling, peritoneale dialyse, niet beschikbaar is in Armenië. Ook stelde zij dat de medische zorg in Armenië door conflicten en corona niet toegankelijk is en dat haar ouders de kosten niet kunnen dragen.
De rechtbank oordeelde dat de termijn van drie maanden ook voor minderjarigen geldt en dat het beleid en jurisprudentie dit ondersteunen. De rechtbank vond dat de behandeling in Armenië adequaat is, hemodialyse beschikbaar is en dat eiseres momenteel geen dialyse nodig heeft. De beweringen over ontoegankelijkheid van zorg en financiële onmogelijkheid werden onvoldoende onderbouwd.
Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet is geschonden omdat verweerder op grond van de Awb mocht afzien van een hoorzitting gezien het ontbreken van een schriftelijke wens daartoe. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.