ECLI:NL:RBDHA:2020:15013
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het voornemen te vroeg was uitgebracht en dat verweerder had moeten verifiëren of Italië de aanvraag wilde behandelen, mede vanwege zijn intrekking van een verblijfsvergunning en opgelegde vertrekplicht.
De rechtbank oordeelde dat geen wettelijke regel het uitbrengen van het voornemen vóór acceptatie van het claimverzoek door Italië verbiedt en dat het fictieve claimakkoord sinds 13 oktober 2020 geldt. De rechtbank vond dat verweerder terecht mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij geen passende opvang en medische zorg zou krijgen in Italië, ondanks zijn epilepsie.
Ook de interim measures van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in een andere zaak en de tijdelijke overdrachtsbelemmeringen door het coronavirus maakten het besluit niet onrechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Italië wordt ongegrond verklaard.