ECLI:NL:RBDHA:2020:15104
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning op grond van kinderpardon en Afsluitingsregeling na uitzetting
Eisers, een gezin met Armeense nationaliteit, dienden een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier onder de Definitieve regeling langdurig verblijvende kinderen. Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeden aan het meewerkcriterium en niet in het bezit waren van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na hun uitzetting naar Armenië op 21 januari 2019, werd de Afsluitingsregeling van kracht, die minder strenge voorwaarden stelt, maar eisers voldeden niet aan de peildatumvereiste omdat zij niet in Nederland verbleven.
Eisers voerden aan dat zij wel aan de voorwaarden van de Afsluitingsregeling voldeden en dat verweerder had moeten afwijken van het beleid op grond van bijzondere omstandigheden (art. 4:84 Awb Pro). Ook stelden zij dat het besluit in strijd was met het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel, het privéleven (art. 8 EVRM Pro) en het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder terecht aan de peildatumvereiste vasthield en dat de omstandigheden van eisers niet zodanig bijzonder waren dat een uitzondering op het beleid gerechtvaardigd was.
De rechtbank stelde dat het unierecht niet van toepassing was op de Afsluitingsregeling en dat de belangenafweging op grond van art. 8 EVRM Pro in het nadeel van eisers uitviel, mede omdat zij niet hadden meegewerkt aan hun vertrek en zelf terugkeerden naar Nederland. Ook werd geoordeeld dat verweerder niet in strijd had gehandeld met het gelijkheidsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Het verzoek om toepassing van de hardheidsclausule werd eveneens afgewezen.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning op grond van de Afsluitingsregeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.