ECLI:NL:RBDHA:2020:15153
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediende ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft op 20 november 2019 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Volgens de oorspronkelijke wettelijke beslistermijn, zoals neergelegd in artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, moest verweerder uiterlijk op 20 mei 2020 beslissen. Eiser stuurde een ingebrekestelling en ging vervolgens in beroep omdat verweerder nog geen besluit had genomen.
Verweerder stelde dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de beslistermijn op grond van het WBV 2020/12, dat op 20 mei 2020 in werking trad, met zes maanden was verlengd tot 20 november 2020. De rechtbank bevestigde dat verweerder terecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn te verlengen, zoals toegestaan in artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet.
De rechtbank overwoog dat de ingebrekestelling te vroeg was ingediend en dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter Y. Sneevliet en griffier M. Bos op 28 oktober 2020.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling prematuur was ingediend door de verlenging van de beslistermijn.