ECLI:NL:RBDHA:2020:15194
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende bewijs identiteit en familierechtelijke relatie
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis asiel, aangevraagd door haar referent met een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres haar identiteit niet aannemelijk had gemaakt met officiële documenten en de overgelegde indicatieve documenten onvoldoende waren. De doopakte en kerkelijke huwelijksakte bleken vals, wat een contra-indicatie vormde voor nader onderzoek.
Eiseres voerde aan dat het beginsel van equality of arms werd geschonden doordat zij geen contra-expertise kon laten uitvoeren op de documenten die als vals waren beoordeeld. De rechtbank oordeelde dat dit niet tot compensatie leidde omdat eiseres andere relevante bewijzen kon leveren en geen aanwijzingen waren dat het rapport onjuist was.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit en de familierechtelijke relatie vast moeten staan in de nareisprocedure. Omdat de familierechtelijke relatie niet aannemelijk was gemaakt en er geen bewijsnood was, was het niet onterecht dat verweerder geen nader onderzoek deed. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.