ECLI:NL:RVS:2019:3146
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.W.M. Bijloos
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf in nareisprocedure Eritrese echtgenote
De vreemdeling, met Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij haar echtgenoot, die een verblijfsvergunning asiel heeft. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de vreemdeling haar identiteit en gezinsband niet aannemelijk had gemaakt met de overgelegde onofficiële documenten, waaronder een kerkelijke huwelijksakte die door Bureau Documenten als vals werd beoordeeld.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in hoger beroep de gedragslijn van de staatssecretaris getoetst aan het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Deze gedragslijn biedt ruimte voor het overleggen van onofficiële documenten en een op de persoon toegespitste verklaring bij bewijsnood, maar stelt ook dat aanvullend onderzoek niet wordt aangeboden bij contra-indicaties.
De Afdeling concludeert dat de gedragslijn in algemene zin voldoet aan het beoordelingskader van het Hof, waarbij de staatssecretaris een beoordelingsmarge heeft en rekening moet houden met alle relevante omstandigheden, waaronder belangen van kinderen en het bevorderen van gezinsleven. In deze zaak heeft de vreemdeling onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in bewijsnood verkeert of dat de informatie over de beschikbaarheid van identiteitsdocumenten in haar geval niet juist is.
Ook is geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de staatssecretaris geen aanvullend onderzoek hoefde te verrichten en dat het doorverwijzen naar de reguliere procedure voor een beroep op artikel 8 EVRM Pro niet onjuist was. Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de aanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte identiteit en gezinsband.