Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, die de Poolse nationaliteit heeft, werd op 9 december 2020 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het niet voldoen aan een terugkeerbesluit van 15 juli 2020. Eiser voerde aan dat hij Nederland had verlaten en verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet had onderbouwd dat hij daadwerkelijk het Nederlandse grondgebied had verlaten en dat het terugkeerbesluit nog steeds van kracht was. De gronden voor de maatregel van bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en het belemmeren van uitzetting, werden door eiser niet betwist.
Verder stelde eiser dat de Staatssecretaris onvoldoende voortvarend was in de uitzettingsprocedure, omdat het vertrekgesprek pas op 15 december 2020 plaatsvond en een vlucht eerder had kunnen worden aangevraagd. De rechtbank vond echter dat de Staatssecretaris binnen een redelijke termijn handelde, mede gezien de afhankelijkheid van vliegtuigmaatschappijen en de aanwezigheid van escorts.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.