ECLI:NL:RBDHA:2020:2051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering uitstel van vertrek wegens medische redenen
Eiser, een Armeense vreemdeling die sinds 2010 in Nederland verblijft, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet vanwege medische redenen. Verweerder wees dit verzoek af op basis van adviezen van het Bureau Medische Advisering (BMA), die stelden dat eiser onder voorwaarden kon reizen en dat noodzakelijke medische zorg beschikbaar is in Armenië.
Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde onder meer aan dat het BMA geen aanvullende vragen aan zijn behandelaars stelde en dat hij niet werd opgeroepen voor een spreekuur. Tevens overhandigde hij een brief van zijn behandelaars waarin werd gesteld dat terugkeer tot destabilisatie zou leiden en dat hij nieuwe medicatie gebruikt. De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn vergewisplicht had nageleefd en dat de brief geen nieuwe medische inzichten bood die tot een ander oordeel zouden leiden.
Verder stelde eiser dat noodzakelijke mantelzorg en financiële toegankelijkheid van zorg in Armenië onvoldoende waren gewaarborgd. De rechtbank stelde vast dat alleen mantelzorg van zijn echtgenote medisch noodzakelijk is en dat zij hem kan volgen. Eiser maakte ook niet aannemelijk dat hij de zorg financieel niet kan bekostigen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond heeft verklaard en dat het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van uitstel van vertrek wegens medische redenen wordt ongegrond verklaard.