ECLI:NL:RBDHA:2020:2505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling wegens ernstige cognitieve schade en verward gedrag
De rechtbank Den Haag behandelde op 3 maart 2020 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van een cliënt geboren in 1962, die verblijft in een zorgaccommodatie. Cliënt vertoont ernstige cognitieve schade, mogelijk veroorzaakt door het syndroom van Korsakov, en verward gedrag. Hoewel de diagnose nog niet officieel is gesteld, is duidelijk dat cliënt niet zelfstandig kan functioneren en 24/7 zorg nodig heeft.
Cliënt vertoont regelmatig verzet door te proberen de afdeling te verlaten, wat leidt tot terugbrenging door politie of begeleiding onder lichte drang. De advocaat van cliënt voerde aan dat de Wet zorg en dwang (Wzd) niet van toepassing zou zijn omdat het syndroom van Korsakov nog niet als gelijkgestelde aandoening is aangewezen. De rechtbank overweegt echter dat vooruitgelopen kan worden op de nog te verwachten wijziging van het Besluit Zorg en Dwang, zodat de Wzd hier van toepassing is.
De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder ernstig cognitief verlies, verward gedrag en een sterke zucht naar alcohol, waardoor opname in een gesloten accommodatie noodzakelijk is. Er zijn geen minder ingrijpende maatregelen mogelijk. Het verzet van cliënt wordt erkend als gedrag dat het verblijf bemoeilijkt. De machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt daarom verleend voor zes weken, tot en met 14 april 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens ernstig cognitief verlies en verward gedrag.