Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
foreseeability) en toegankelijkheid (
accessibility) [20] . Factoren die daarbij relevant, en in sommige gevallen worden aangemerkt als ‘waarborgen tegen willekeur’, zijn: a. duidelijke wettelijke bepalingen voor het bevelen van de vrijheidsbeneming, voor het verlenging van de vrijheidsbeneming en voor het vaststellen van de termijn van de vrijheidsbeneming, en b) het bestaan van een effectief rechtsmiddel waarmee de rechtmatigheid en de lengte van de vrijheidsbeneming kan worden bestreden. [21] Zo heeft het EHRM geoordeeld dat sprake was van strijd met art. 5 lid 1 EVRM Pro in het geval een persoon in voortgezette detentie werd gehouden op basis van praktijk die als “terbeschikkingstelling van de gedetineerde aan het gerecht” bekend stond, zonder enige specifieke grondslag in de nationale wetgeving of jurisprudentie en zonder juridische beslissing. [22]
De criteria waaraan de gelijkgestelde aandoeningen moeten voldoen zijn dus al in de Wzd opgenomen. De AMvB [24] geeft feitelijk slechts een opsomming van ziektes die voldoen aan deze criteria. Dat bij cliënt sprake is van het syndroom van Korsakov en dat dit zich zodanig presenteert dat is voldaan aan de eisen die worden genoemd in art. 1 lid 4 Wzd Pro wordt niet betwist en blijkt ook uit de geneeskundige verklaring zoals de rechtbank in rov. 2.7. heeft overwogen. Voor zover er al van anticipatie op de AMvB sprake is, is dit ten aanzien van de in de AMvB feitelijke opsomming van gelijkgestelde aandoeningen, waarvan het uitgangspunt al in de Wzd is neergelegd. Ik verwijs daarbij naar de Memorie van Toelichting 2008/2009 zoals beschreven in rov. 2.8. waarin als voorbeelden worden opgesomd de ziekte van Huntington, het syndroom van Korsakov of ernstige vormen van niet-aangeboren hersenletsel (NAH).) Daaruit blijkt immers al dat het altijd al de bedoeling van de wetgever is geweest dat o.a. Korsakov onder art. 1 lid 4 Wzd Pro valt. Daarom faalt onderdeel 1.