ECLI:NL:RBDHA:2020:2519
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens niet opgegeven Franse spaartegoeden terecht opgelegd
Eiseres opende in 2001 twee spaarrekeningen bij een Franse bank met geld uit de verkoop van haar Franse woning. Zij gaf deze tegoeden niet op in haar Nederlandse belastingaangiften over de jaren 2005 tot en met 2015. Verweerder legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op wegens het niet aangeven van deze spaartegoeden. Eiseres stelde dat de tegoeden vrijgesteld waren in box 1, vergelijkbaar met een lijfrentepolis of spaarhypotheek, en dat zij niet wist dat deze belast waren in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een in Nederland vrijgestelde lijfrenteaanspraak of spaarregeling eigen woning. De spaartegoeden voldeden niet aan de voorwaarden van de Wet inkomstenbelasting 2001 en vielen daarom onder box 3. Ook was geen sprake van een individuele en buitensporige last die het forfaitaire rendement zou rechtvaardigen. Verweerder had bovendien voldoende bewijs geleverd dat eiseres voorwaardelijk opzettelijk een onjuiste aangifte had gedaan, waardoor de vergrijpboetes terecht waren opgelegd.
Eiseres' beroep op een pleitbaar standpunt werd verworpen omdat er geen wettelijke overgangsregeling bestaat en zij de tegoeden ook niet als inkomen uit werk en woning had opgegeven. Daarnaast werd het beroep op het arrest van de Hoge Raad over het eerste protocol van het EVRM niet voldoende geacht om de boetes te verwerpen. De navorderingsaanslagen, vergrijpboetes en rentebeschikkingen werden gehandhaafd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens niet opgegeven Franse spaartegoeden zijn terecht opgelegd en het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard.