ECLI:NL:RBDHA:2020:3315
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens toeristische verhuur woning
Verzoekster heeft een last onder dwangsom opgelegd gekregen wegens het bedrijfsmatig gebruiken van twee woningen aan toeristen in strijd met het bestemmingsplan. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om de last te schorsen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het financieel belang van verzoekster, vanwege mogelijke inkomstenverlies door het coronavirus, geen spoedeisend belang oplevert voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de aangevoerde financiële omstandigheden onzeker zijn en niet voldoende onderbouwd met stukken. Er is geen sprake van een onomkeerbare situatie die onmiddellijke spoed vereist. Daarnaast is niet gebleken dat de primaire besluiten evident onrechtmatig zijn, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die de handhavingsbevoegdheid bevestigen.
Daarom zijn de verzoeken om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond en worden ze afgewezen. Er is geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom wegens toeristische verhuur wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evident onrechtmatigheid.