ECLI:NL:RVS:2019:230
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen met bestemmingsplan strijdig gebruik pand voor prostitutie en short stay in Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag legde aan [appellant] een last onder dwangsom op om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van een pand voor prostitutie en logies te beëindigen. [Appellant] verhuurt studio’s en stelde dat deze voor langere tijd aan expats worden verhuurd, wat volgens hem niet in strijd is met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelde dat het gebruik van het pand voor prostitutie en short stay in strijd is met het bestemmingsplan 'Rivierenbuurt 2013' en verklaarde het beroep ongegrond. Het hoger beroep bevestigt dit oordeel. Het college heeft voldoende bewijs van het illegale gebruik en [appellant] bracht geen concrete twijfelpunten naar voren.
Verder faalde het beroep op een impliciete vrijstelling via een bouwvergunning en het vertrouwensbeginsel, omdat geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan die rechtvaardigen dat handhaving achterwege blijft. Ook de financiële gevolgen voor [appellant] wegen niet op tegen het algemeen belang bij handhaving.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving tegen het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het pand wordt bevestigd.