Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 april 2020 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Per diem expenses
Rechtbank Den Haag
Eiser, een piloot werkzaam bij een Ierse werkgever met thuisbasis in Duitsland, ontving een per diem vergoeding van €4,60 per uur buiten de basis, bedoeld ter dekking van verblijfskosten zoals eten, drinken en overnachtingen. De werkgever was niet inhoudingsplichtig voor Nederlandse loonheffingen. Verweerder rekende de per diem vergoeding ten onrechte tot het belast loon, wat eiser betwistte.
De rechtbank stelde vast dat de per diem vergoeding in de arbeidsovereenkomst en appendix B was vastgelegd en dat deze vergoeding volgens Europese afspraken bedoeld is voor specifieke kosten. Eiser had bovendien bewijs geleverd van gemaakte kosten die de vergoeding overschreden. De rechtbank oordeelde dat de per diem voldoende was gespecificeerd en daarmee als gerichte vrijstelling onbelast kon worden aangemerkt.
Gevolg was dat het fiscale loon van de werkgever werd vastgesteld op €8.827 en het restant persoonsgebonden aftrek op €88.597. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking omtrent de persoonsgebonden aftrek en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De per diem vergoeding is onbelast als gerichte vrijstelling erkend en de persoonsgebonden aftrek vastgesteld op €88.597.