ECLI:NL:RBDHA:2020:3577
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen terugnamebesluit asielzoeker naar Duitsland op grond van Dublinverordening
Eiser, afkomstig uit Marokko, vroeg op 19 november 2019 asiel aan in Nederland. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij eerder op 21 augustus 2013 asiel had aangevraagd in Duitsland. De Nederlandse staatssecretaris besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen en verzocht Duitsland om terugname van eiser op grond van artikel 18 van Pro de Dublinverordening.
Eiser stelde dat Nederland verantwoordelijk was omdat hij als eerste daar de grens had overschreden en dat hij beroep kon doen op hoofdstuk III-criteria van de Dublinverordening. De rechtbank oordeelde dat het Eurodac-registratienummer een formeel bewijs is van de Duitse verantwoordelijkheid en dat eiser geen voldoende tegenbewijs had geleverd. Tevens is in een terugnamesituatie geen beroep op hoofdstuk III mogelijk.
De rechtbank vond ook geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro, en oordeelde dat de vrees van eiser dat hij in Duitsland op straat zou komen te staan ongegrond is, aangezien Duitsland het verzoek tot terugname heeft geaccepteerd en het asielverzoek zorgvuldig zal behandelen.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het terugnamebesluit naar Duitsland wordt ongegrond verklaard.