ECLI:NL:RBDHA:2020:3662
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht gezinsuitkering bij rechtmatig verblijf partner
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag over de ingangsdatum van de gezinsuitkering. De kern van het geschil betreft de vraag of de gezinsuitkering met terugwerkende kracht moet worden toegekend vanaf 2010, toen de oudste kinderen werden erkend, of vanaf de datum van aanvraag in 2017.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Participatiewet bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt verleend, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen, zoals een met terugwerkende kracht verleende verblijfsvergunning. Hoewel de partner van eiseres rechtmatig verblijf had op meerdere momenten tussen 2010 en 2017, kon niet worden vastgesteld dat hij gedurende de gehele periode rechtmatig verbleef.
Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij in de periode van 2010 tot 2017 bijstandbehoevend waren. De rechtbank oordeelt dat de aangevoerde schulden en omstandigheden niet voldoende bewijs vormen van bijstandbehoevendheid. Daarom blijft het bestreden besluit in stand en wordt de gezinsuitkering toegekend vanaf de datum van aanvraag, 27 november 2017.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de gezinsuitkering wordt toegekend vanaf 27 november 2017.