Eiseres, voormalig contractbeheerder, heeft een WIA-uitkering toegekend gekregen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,97%. Zij betoogde dat haar psychische en lichamelijke klachten zijn onderschat en bracht een eigen medische expertise in. De rechtbank oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, uitgevoerd door de primaire arts en verzekeringsarts bezwaar en beroep, zorgvuldig en op juiste gronden tot stand is gekomen.
De medische rapporten van de verzekeringsartsen zijn gebaseerd op dossierstudie, onderzoek en informatie van de behandelend sector. De door eiseres ingebrachte aanvullende medische expertise stelt extra beperkingen voor, maar deze zijn onvoldoende onderbouwd met objectieve medische gegevens. De rechtbank volgt de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de richtlijn voor fibromyalgie niet direct beperkingen oplegt zonder individuele beoordeling.
De arbeidsdeskundige beoordeling concludeert dat eiseres geschikt is voor meerdere functies binnen haar beperkingen. De rechtbank bevestigt dat de toekenning van de WIA-uitkering met het vastgestelde percentage arbeidsongeschiktheid terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.