ECLI:NL:RBDHA:2020:3852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning en oplegging inreisverbod wegens gevaar voor openbare orde
Eiser, van Somalische afkomst, kreeg in 2007 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder trok deze vergunning met terugwerkende kracht tot 2011 in vanwege ernstige misdrijven en het gevaar dat eiser vormt voor de openbare orde. Tevens werd een inreisverbod van twee jaar opgelegd.
Eiser voerde aan dat terugkeer naar zijn woonplaats in Somalië onveilig is vanwege mogelijke vervolging en dat hij een gezins- en privéleven in Nederland heeft opgebouwd. De rechtbank oordeelde dat de situatie in zijn woonplaats relatief veilig is en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro. Ook werd het gezins- en privéleven niet als zwaarwegend genoeg beschouwd om de intrekking te voorkomen.
Verder werd geoordeeld dat het inreisverbod terecht is opgelegd op grond van onrechtmatig verblijf en dat de openbare orde een gerechtvaardigde reden is voor de intrekking. De rechtbank concludeerde dat verweerder zijn belangenafweging zorgvuldig heeft gemaakt en dat het beroep ongegrond is.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning en het opleggen van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.