ECLI:NL:RBDHA:2020:4166
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-bewoning woonadres
Eiser ontving sinds 1998 een bijstandsuitkering. Verweerder trok deze per 10 april 2017 in en vorderde €22.104,68 terug wegens vermeende niet-bewoning van het opgegeven woonadres. Dit werd vastgesteld na een huisbezoek waarbij geen bewoning werd geconstateerd en nul waterverbruik over een jaar werd vastgesteld.
Eiser stelde dat hij om medische redenen naar Irak was vertrokken en betwistte het nul waterverbruik, maar leverde geen bewijs. De rechtbank oordeelde dat het waterverbruik, bevestigd door een e-mail van Dunea en eigen metingen, voldoende bewijs vormde dat eiser niet op het adres woonde.
De rechtbank verwierp ook het beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen, omdat eiser geen onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen aannemelijk maakte. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.