ECLI:NL:RBDHA:2020:4377
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser, afkomstig uit Algerije, diende op 20 november 2019 een asielaanvraag in Nederland in, nadat hij eerder in Frankrijk een aanvraag had gedaan. Verweerder weigerde de aanvraag in behandeling te nemen op basis van de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege problematische opvang en mogelijke indirecte refoulement in Frankrijk, onderbouwd met rapporten en artikelen.
De rechtbank oordeelde dat het AIDA-rapport en de overige stukken onvoldoende bewijs bieden voor ernstige structurele tekortkomingen in de Franse opvang en asielprocedure. De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Frankrijk geen opvang of een correcte procedure zal krijgen. Daarnaast is onvoldoende onderbouwd dat overdracht aan Frankrijk zal leiden tot indirect refoulement.
De rechtbank benadrukte dat eiser klachten over de opvang en procedure in Frankrijk kan richten bij Franse autoriteiten. Gezien het feit dat Frankrijk het terugnameverzoek heeft geaccepteerd, mag worden aangenomen dat de internationale verplichtingen worden nageleefd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Frankrijk wordt ongegrond verklaard.