Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
“U kunt vanaf 8 mei 2019 geen WW-uitkering krijgen. FAILLISSEMENTSUITKERING U heeft een aanvraag om een reguliere WW-uitkering ingediend d.d. 8 mei 2019 per 8 mei 2019 (en mogelijk ivm achterstallig loon over de maand(en) ervoor). Wij kunnen uw aanvraag vooralsnog niet in behandeling nemen; u dient eerst een aanvraag om Faillissementsuitkering (ogv artikel 61 WW Pro) in te dienen (…). De afdeling Faillissementen (kantoor Utrecht) zal beoordelen over welke periode de opzegtermijn zal worden doorbetaald. Pas na afloop van die periode kunt u eventueel in aanmerking komen voor een reguliere WW-uitkering.”
“Op 21 mei 2019 heeft u een WW-uitkering aangevraagd (…) Wij kunnen nog geen beslissing over uw aanvraag nemen. Het is namelijk niet duidelijk of u verzekerd was voor de WW. (…) U krijgt vanaf 8 mei 2019 een voorschot op een mogelijke uitkering.“
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij geen proceskosten zijn vergoed voor de bezwaarfase;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit voor het overige in stand blijven;
- herroept het primaire besluit I;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser in bezwaar en in beroep tot een totaalbedrag van € 751,50.