ECLI:NL:RBDHA:2020:4453
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Italië
Eiser, een Gambiaanse asielzoeker, diende op 19 december 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam het besluit om deze aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. Dit volgt uit Eurodac-gegevens waaruit blijkt dat eiser op 5 december 2016 al een verzoek om internationale bescherming in Italië heeft ingediend.
Eiser voerde aan dat terugkeer naar Italië zou leiden tot een situatie in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 van Pro het Handvest, onder meer omdat hij geen opvang zou krijgen ondanks een geldige verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Tevens stelde hij dat hij als bijzonder kwetsbare asielzoeker aanvullende garanties zou moeten krijgen en dat de coronamaatregelen overdracht verhinderen.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Italië nog steeds geldt, ondanks tekortkomingen in de opvang. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet zal nakomen of dat hij bijzonder kwetsbaar is. De medische stukken tonen geen noodzaak voor specialistische behandeling of aanvullende garanties. Het tijdelijke coronabeletsel staat de vaststelling van Italië als verantwoordelijke lidstaat niet in de weg.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.