ECLI:NL:RBDHA:2020:4699
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser, een Nigeriaanse asielzoeker, diende op 9 december 2019 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder besloot deze niet in behandeling te nemen omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege systematische tekortkomingen in het Italiaanse asiel- en opvangsysteem, onderbouwd met een rapport van SFH/OSAR.
De rechtbank overwoog dat het aan eiser was om aannemelijk te maken dat Italië zijn verdragsverplichtingen niet nakomt, hetgeen niet is gelukt. Recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigen dat er geen sprake is van een zodanige verslechtering van de Italiaanse opvang dat overdracht een reëel risico op schending van mensenrechten oplevert. Ook de medische situatie van eiser en de coronacrisis vormen geen voldoende grond om het besluit aan te tasten.
De rechtbank concludeerde dat het tijdelijke overdrachtsbeletsel vanwege corona geen onrechtmatigheid veroorzaakt en dat de motivering van het bestreden besluit toereikend is. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.