ECLI:NL:RBDHA:2020:4708
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking verblijfsvergunning wegens verplaatsing hoofdverblijf en belangenafweging artikel 8 EVRM
Eiser, met de Soedanese nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot intrekking van zijn verblijfsvergunning en afwijzing van zijn aanvraag voor een EU-verblijfsvergunning als langdurig ingezetene. De intrekking is gebaseerd op de constatering dat eiser sinds 26 november 2013 zijn hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst, wat blijkt uit zijn uitschrijving uit de Basisregistratie Personen (Brp) en registratie als niet-ingezetene.
Eiser voerde aan dat hij wel in Nederland verbleef en dat hij zijn uitschrijving had gedaan om schuldeisers te ontlopen. Hij stelde dat hij een gezins- en familieband heeft met zijn Nederlandse dochter en dat hij meer dan marginale zorg- en opvoedtaken vervult, waardoor hij op grond van artikel 8 EVRM Pro en het arrest Chavez-Vilchez recht zou hebben op een verblijfsvergunning. De rechtbank oordeelde dat de door eiser overgelegde verklaringen en facturen onvoldoende objectief bewijs vormen dat hij zijn hoofdverblijf in Nederland had. Tevens is de gezinsband met zijn dochter sinds 2012 verbroken en is er geen sprake van een beschermenswaardig gezinsleven.
De belangenafweging onder artikel 8 EVRM Pro werd door de rechtbank als juist beoordeeld. Hoewel eiser een privéleven in Nederland heeft opgebouwd, weegt dit niet op tegen het belang van de staat bij beëindiging van zijn verblijf, mede gezien zijn beperkte rechtmatig verblijf en binding met Soedan. Het beroep op het arrest Chavez-Vilchez slaagt niet omdat eiser geen daadwerkelijke zorgtaken voor zijn dochter heeft aangetoond.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de intrekking van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.