ECLI:NL:RVS:2016:1539
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking verblijfsvergunning wegens emigratie
De staatssecretaris heeft de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd van de vreemdeling met terugwerkende kracht ingetrokken wegens verplaatsing van het hoofdverblijf naar het buitenland, gebaseerd op ambtshalve uitschrijving uit de gemeentelijke basisregistratie personen (GBA) per 29 mei 2000.
De rechtbank oordeelde dat uitschrijving uit de GBA onvoldoende bewijs is voor emigratie en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De staatssecretaris stelde echter dat de bewijslastverdeling onjuist was en dat de uitschrijving een belangrijke aanwijzing vormt, waarbij het aan de vreemdeling is om dit te weerleggen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris terecht mocht uitgaan van de juistheid van de GBA-gegevens en dat de vreemdeling onvoldoende bewijs leverde om te weerleggen dat hij zijn hoofdverblijf buiten Nederland had verplaatst. Daarnaast faalden de bezwaren van de vreemdeling tegen de zorgvuldigheid van het besluitvormingsproces en de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarmee de intrekking van de verblijfsvergunning stand hield.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de intrekking van zijn verblijfsvergunning blijft in stand.