ECLI:NL:RBDHA:2020:4794
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing EU-verblijfsdocument voor verzorgende ouder wegens meerderjarigheid kind
Eiser, een Afghaanse vader, verzocht om een EU-verblijfsdocument op basis van het arrest Chavez-Vilchez omdat hij als verzorgende ouder van zijn dochter in Nederland wilde verblijven. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat de dochter inmiddels 18 jaar was en daarmee meerderjarig volgens de Nederlandse wet.
Eiser voerde aan dat volgens EU-recht de meerderjarigheidsgrens 21 jaar is en dat zijn dochter dus nog minderjarig was bij de beslissing. De rechtbank verwierp dit standpunt omdat de Verblijfsrichtlijn 2004/38/EG en relevante jurisprudentie geen meerderjarigheidsgrens van 21 jaar ondersteunen, en verwees naar de Vreemdelingencirculaire die 18 jaar als grens hanteert.
Daarnaast stelde eiser dat het moment van aanvraag bepalend is voor de beoordeling, maar de rechtbank oordeelde dat het gaat om toetsing aan EU-recht op het moment van de beslissing, waarbij de dochter inmiddels meerderjarig was. Subsidiair voerde eiser aan dat zijn dochter als meerderjarige zodanig afhankelijk van hem is dat zij niet gescheiden kunnen worden, maar de rechtbank vond geen aanwijzingen voor een dergelijke bijzondere afhankelijkheid.
Ten slotte stelde eiser dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar, maar de rechtbank vond dat dit niet noodzakelijk was omdat het bezwaar redelijkerwijs niet tot een ander besluit kon leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het EU-verblijfsdocument is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.